Author: jeroengeevers

valkuilen dirigent

timing uit twee werelden

In de huidige muziekpraktijk worden steeds vaker zogeheten cross-over projecten georganiseerd. Projecten waarbij musici uit verschillende werelden met elkaar samenspelen. Musici die klassiek opgeleid zijn (hierna te noemen ‘klassieke musici’)spelen samen met musici uit de jazz- en popwereld (hierna te noemen ‘lichte musici’). Wanneer men voor het eerst in een dergelijke samenstelling musiceert, zal men merken dat er vooral op het gebied van timing nogal wat verschillen zijn.

Hoe maak je als dirigent een cross-over project tot een succes?

Het is belangrijk om je te realiseren dat klassieke musici en lichte musici een fundamenteel andere benadering hebben van muziek. Dit komt vooral tot uiting in de manier waarop er getimed wordt. Gechargeerd gezegd werkt het als volgt: klassieke musici beleven de muziek vaker horizontaal, terwijl lichte musici eerder geneigd zijn om verticaal te denken.

Lichte musici spelen vrijwel altijd met een ritmesectie. Ze zijn gewend om alles op de drums en bas te spelen. Een ensemble klinkt goed als alle musici dezelfde groove voelen.  Wanneer deze groove eenmaal staat, valt er niet meer aan te tornen. Het is voor een dirigent dus zeer belangrijk om vooraf, samen met de drummer, het juiste tempo te voelen. Als de zaak eenmaal loopt, is het te laat om nog iets te veranderen. Een groove die steeds van tempo wisselt zorgt voor onrust en doet afbreuk aan een strakke uitvoering.

Klassieke musici zijn veel meer gewend om vanuit de melodie en frasering te spelen. Een klassiek tempo is dan ook veel minder in beton gegoten. Frases hebben de ruimte nodig om te ademen. Ook belangrijke, harmonische momenten kunnen met extra gewicht neergezet worden. Deze beweging is niet alleen mogelijk, maar ook cruciaal voor een natuurlijk verloop van het muziekstuk. Een klassiek stuk dat van begin tot eind in hetzelfde tempo gespeeld wordt zal vaak zielloos overkomen op de luisteraar. De klassieke musicus heeft een natuurlijke hang naar frasering.

Wanneer klassieke en lichte musici samen onder leiding van een dirigent moeten spelen, is het altijd even zoeken naar de juiste timing. Lichte musici zullen van nature direct op de slag spelen: omdat zij gewend zijn om op een drummer te spelen, reageren ze heel direct. Klassieke musici zijn veel meer gewend om in de slag te spelen: zij ademen samen en dientengevolge zit er meer ruimte tussen de slag en het moment van spelen.

Wanneer lichte musici klassieke muziek spelen zullen zij zich verbazen over deze late timing. Vaak spelen zij in eerste instantie te vroeg in de ogen van de dirigent en de klassieke musici. Het bijzondere is dat wanneer je het omdraait, hetzelfde gebeurt. Klassieke musici die voor het eerst met een ritmesectie spelen, timen vaak te vroeg en spelen te gehaast. Ze zijn zo gefocust op het bijhouden van de ritmesectie, dat ze overcompenseren. Het meest duidelijke voorbeeld hiervan is de klassieke slagwerker die shaker moet spelen met een ritmesectie. Hij heeft de macht om in zijn eentje de gehele ritmesectie te ontwrichten. De situatie is dus als volgt: Lichte musici timen in klassieke muziek over het algemeen te vroeg, terwijl klassieke musici in lichte muziek op de zaken vooruit lopen.

Wanneer men zich hiervan bewust is, dient de oplossing zich aan. Lichte musici zullen moeten wennen aan de adem die in klassieke muziek zit, door meer horizontaal te denken en mee te ademen met dirigent en collegae. Klassieke musici moeten juist meer durven zitten in een groove; minder focus op de dirigent en met een scherp oor voor de ritmesectie. Dit vergt oefening en is alleen aan te leren door het maken van vele kilometers.

Een ensemble dat de afwisseling tussen deze verschillende manieren van timing tot een kunst heeft verheven, is de strijkersgroep van het Metropole Orkest. Wanneer zij met de ritmesectie spelen is de timing zeer direct en accuraat in de groove. Zodra drums en bas echter wegvallen, zal de timing radicaal veranderen naar de klassieke methode. Dit kan soms in hetzelfde stuk meerdere malen wisselen. Wanneer een dirigent zich hiervan bewust is, kan hij met dit gegeven spelen. Dat is een zeer bijzondere ervaring.

Waar zitten nu de valkuilen voor een dirigent? 

De grootste hoofdzonde voor een dirigent die lichte muziek dirigeert is: tegen de ritmesectie in slaan. Zoals eerder is gezegd is het onmogelijk om aan een tempo te tornen als de groove eenmaal staat. Doe dit dan ook niet. Het heeft een averechts effect, creëert onrust in de muziek en wekt irritatie op bij de musici.

Omdat klassieke dirigenten eraan gewend zijn dat orkesten achter de slag timen, zullen zij geneigd zijn om voor de ritmesectie uit te dirigeren. Trap hier niet in! Het zaait alleen maar verwarring. Het is van belang dat dirigent en drummer een team vormen. Samen zetten zij het tempo neer en houden dit vast . De slag van de dirigent loopt dan precies gelijk met de drums en andersom.

Voor dirigenten uit de lichte muziek vormt het klassieke rubato een grote uitdaging. Bij versnellingen en vertragingen is het belangrijk om uit te gaan van de adem van de muziek. Klassieke muziek leunt veel meer op de dirigent. Je hebt geen drummer om op terug te vallen en je moet als dirigent dus aanvoelen wanneer je initiatief moet nemen en wanneer je de musici zelf moet laten spelen. Lichte musici hebben vaak de neiging om klassieke muziek te passief te dirigeren. Het is van belang om de juiste impuls te geven op het juiste moment, zodat de muziek blijft stromen.

Uiteindelijk zijn alle verschillen op te lossen door uit te gaan van de muziek. Het is de taak van de dirigent om de impuls te geven die nodig is. Dit betekent dat soms een enkele vingerbeweging voldoende is en dat men soms obsessief met de armen zal zwaaien. Als je uitgaat van de muziek en dat vertaalt in communicatie, kan er weinig misgaan.

Contact

Via dit formulier kunt u vrijblijvend contact met me opnemen.

Naam
Email
Bericht

Bedankt! Uw bericht is verzonden.
Fout! Controleer of u alle verplichte velden heeft ingevuld.
jeroen ging opwebmetwim ... jij ook?