Dirigent

Jeroen Geevers - (musical) dirigent

Jeroen begon zijn carrière als dirigent bij ‘Joop van den Ende theaterproducties’. Voor deze producent dirigeerde hij een aantal grote musicals, zoals My Fair Lady, Evita, Joseph, Petticoat en Saturday Night Fever. Door zijn werk bij deze producties ontwikkelde hij zich in vele uiteenlopende stijlen, van klassieke operette tot popmuziek. Ook het samenbrengen van muziek, zangers, dansers en techniek vormde een uitdaging die heeft bijgedragen aan zijn ontwikkeling tot allround dirigent.

In de zomer van 2013 dirigeerde Jeroen het Metropole Orkest tijdens de Masterclass ‘Speelmanieren in de lichte muziek’, gegeven door Jan Stulen en Maurice Luttikhuis.
Naar aanleiding van deze masterclass studeerde Jeroen enige tijd bij Jan Stulen.

Inmiddels heeft Jeroen een scala van ensembles gedirigeerd, van bigbands tot symfonieorkesten en van slagwerkgroepen tot harmonieorkesten.

Op dit moment is Jeroen als dirigent verbonden aan Harmonie Kolpings Zonen.
Ook is hij artistiek leider van Stichting Geevers Muziek Producties, een stichting die projecten organiseert
waarin amateurs en professionele musici nauw samenwerken. Een voorbeeld hiervan is ‘Tourorkest Rotterdam’,
een projectorkest dat een prominente plaats innam in de festiviteiten rond de doorkomst van de Tour de France.

Voor meer informatie of gastdirecties kunt u contact opnemen.

 

Slagwerker

Jeroen Geevers studeerde klassiek slagwerk aan het Rotterdams Conservatorium. Al tijdens zijn studie wilde hij zich tot een zo veelzijdig mogelijk slagwerker/percussionist ontwikkelen. Naast de klassieke lessen volgde hij daarom ook lessen drums en Cubaanse percussie.

 

Jeroen speelt als slagwerker in uiteenlopende gezelschappen. Zo remplaceerde hij onder anderen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het NedPho, Het Brabants Orkest en het Metropole Orkest. Ook is hij actief in de hedendaagse muziekpraktijk. Hij speelt regelmatig bij het ASKO/Schoenberg Ensemble en het Doelen Ensemble. Daarnaast is hij vaste slagwerker van neo-fanfare 9X13 en NEOS Brass.

 

Voor Joop van den Ende theaterproducties speelde Jeroen in talloze musicals, waaronder The Lion King, Aida, Mamma Mia! en Petticoat. Van 2012 tot 2016 was Jeroen als percussionist verbonden aan het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht.

 

Door het spelen van uiteenlopende stijlen en met verschillende ensembles, heeft Jeroen zich ontwikkeld tot een veelzijdige slagwerker. Deze uitvoeringspraktijk en de samenwerking met veel interessante mensen is wat de muziekwereld voor hem zo inspirerend maakt.

Luchtmachtkapel
NEOS Brass
Neo-fanfare 9×13

Arrangeur

Al in zijn vroege jeugd was arrangeur Jeroen Geevers gefascineerd door partituren. Wanneer andere kinderen buiten aan het voetballen waren, speelde hij samen met zijn broer ‘compositie-bureautje’. Dit resulteerde in het winnen van een compositiewedstrijd en een uitvoering van de ‘Drumphony” (1992) op het conservatorium van Den Haag.

Zijn eerste arrangementen schreef Jeroen voor het Stedelijk Blaasorkest Spijkenisse, waaraan hij op dat moment als dirigent was verbonden. Omdat hij bij dit orkest zijn arrangementen meteen kon uitproberen, ontwikkelde hij snel een eigen stijl. Een van zijn eerste arrangementen was een transcriptie van de muziek bij de film ‘The Circus’ van Charlie Chaplin.

Inmiddels werkt Jeroen regelmatig als arrangeur voor professionele gezelschappen, zoals het TenToon Ensemble,
het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht en de Nieuwe Philharmonie Utrecht.

Ook in de amateur-muziek is hij een veel gevraagd arrangeur. Zo schreef hij onlangs de nieuwe show van showkorps Juliana Amersfoort.
Ter gelegenheid van de 100e geboortedag van Floris van der Putt componeerde Jeroen het stuk Harba Lorifa, gebaseerd op het Brabantse volkslied: De Hertog Jan. Dit stuk is door de Brabantse Bond van Muziekverenigingen aan al hun leden aangeboden.

Wilt u iets laten arrangeren door Jeroen? Neem dan contact op.

blog

valkuilen dirigent

timing uit twee werelden

In de huidige muziekpraktijk worden steeds vaker zogeheten cross-over projecten georganiseerd. Projecten waarbij musici uit verschillende werelden met elkaar samenspelen. Musici die klassiek opgeleid zijn (hierna te noemen ‘klassieke musici’)spelen samen met musici uit de jazz- en popwereld (hierna te noemen ‘lichte musici’). Wanneer men voor het eerst in een dergelijke samenstelling musiceert, zal men merken dat er vooral op het gebied van timing nogal wat verschillen zijn.

Hoe maak je als dirigent een cross-over project tot een succes?

Het is belangrijk om je te realiseren dat klassieke musici en lichte musici een fundamenteel andere benadering hebben van muziek. Dit komt vooral tot uiting in de manier waarop er getimed wordt. Gechargeerd gezegd werkt het als volgt: klassieke musici beleven de muziek vaker horizontaal, terwijl lichte musici eerder geneigd zijn om verticaal te denken.

Lichte musici spelen vrijwel altijd met een ritmesectie. Ze zijn gewend om alles op de drums en bas te spelen. Een ensemble klinkt goed als alle musici dezelfde groove voelen.  Wanneer deze groove eenmaal staat, valt er niet meer aan te tornen. Het is voor een dirigent dus zeer belangrijk om vooraf, samen met de drummer, het juiste tempo te voelen. Als de zaak eenmaal loopt, is het te laat om nog iets te veranderen. Een groove die steeds van tempo wisselt zorgt voor onrust en doet afbreuk aan een strakke uitvoering.

Klassieke musici zijn veel meer gewend om vanuit de melodie en frasering te spelen. Een klassiek tempo is dan ook veel minder in beton gegoten. Frases hebben de ruimte nodig om te ademen. Ook belangrijke, harmonische momenten kunnen met extra gewicht neergezet worden. Deze beweging is niet alleen mogelijk, maar ook cruciaal voor een natuurlijk verloop van het muziekstuk. Een klassiek stuk dat van begin tot eind in hetzelfde tempo gespeeld wordt zal vaak zielloos overkomen op de luisteraar. De klassieke musicus heeft een natuurlijke hang naar frasering.

Wanneer klassieke en lichte musici samen onder leiding van een dirigent moeten spelen, is het altijd even zoeken naar de juiste timing. Lichte musici zullen van nature direct op de slag spelen: omdat zij gewend zijn om op een drummer te spelen, reageren ze heel direct. Klassieke musici zijn veel meer gewend om in de slag te spelen: zij ademen samen en dientengevolge zit er meer ruimte tussen de slag en het moment van spelen.

Wanneer lichte musici klassieke muziek spelen zullen zij zich verbazen over deze late timing. Vaak spelen zij in eerste instantie te vroeg in de ogen van de dirigent en de klassieke musici. Het bijzondere is dat wanneer je het omdraait, hetzelfde gebeurt. Klassieke musici die voor het eerst met een ritmesectie spelen, timen vaak te vroeg en spelen te gehaast. Ze zijn zo gefocust op het bijhouden van de ritmesectie, dat ze overcompenseren. Het meest duidelijke voorbeeld hiervan is de klassieke slagwerker die shaker moet spelen met een ritmesectie. Hij heeft de macht om in zijn eentje de gehele ritmesectie te ontwrichten. De situatie is dus als volgt: Lichte musici timen in klassieke muziek over het algemeen te vroeg, terwijl klassieke musici in lichte muziek op de zaken vooruit lopen.

Wanneer men zich hiervan bewust is, dient de oplossing zich aan. Lichte musici zullen moeten wennen aan de adem die in klassieke muziek zit, door meer horizontaal te denken en mee te ademen met dirigent en collegae. Klassieke musici moeten juist meer durven zitten in een groove; minder focus op de dirigent en met een scherp oor voor de ritmesectie. Dit vergt oefening en is alleen aan te leren door het maken van vele kilometers.

Een ensemble dat de afwisseling tussen deze verschillende manieren van timing tot een kunst heeft verheven, is de strijkersgroep van het Metropole Orkest. Wanneer zij met de ritmesectie spelen is de timing zeer direct en accuraat in de groove. Zodra drums en bas echter wegvallen, zal de timing radicaal veranderen naar de klassieke methode. Dit kan soms in hetzelfde stuk meerdere malen wisselen. Wanneer een dirigent zich hiervan bewust is, kan hij met dit gegeven spelen. Dat is een zeer bijzondere ervaring.

Waar zitten nu de valkuilen voor een dirigent? 

De grootste hoofdzonde voor een dirigent die lichte muziek dirigeert is: tegen de ritmesectie in slaan. Zoals eerder is gezegd is het onmogelijk om aan een tempo te tornen als de groove eenmaal staat. Doe dit dan ook niet. Het heeft een averechts effect, creëert onrust in de muziek en wekt irritatie op bij de musici.

Omdat klassieke dirigenten eraan gewend zijn dat orkesten achter de slag timen, zullen zij geneigd zijn om voor de ritmesectie uit te dirigeren. Trap hier niet in! Het zaait alleen maar verwarring. Het is van belang dat dirigent en drummer een team vormen. Samen zetten zij het tempo neer en houden dit vast . De slag van de dirigent loopt dan precies gelijk met de drums en andersom.

Voor dirigenten uit de lichte muziek vormt het klassieke rubato een grote uitdaging. Bij versnellingen en vertragingen is het belangrijk om uit te gaan van de adem van de muziek. Klassieke muziek leunt veel meer op de dirigent. Je hebt geen drummer om op terug te vallen en je moet als dirigent dus aanvoelen wanneer je initiatief moet nemen en wanneer je de musici zelf moet laten spelen. Lichte musici hebben vaak de neiging om klassieke muziek te passief te dirigeren. Het is van belang om de juiste impuls te geven op het juiste moment, zodat de muziek blijft stromen.

Uiteindelijk zijn alle verschillen op te lossen door uit te gaan van de muziek. Het is de taak van de dirigent om de impuls te geven die nodig is. Dit betekent dat soms een enkele vingerbeweging voldoende is en dat men soms obsessief met de armen zal zwaaien. Als je uitgaat van de muziek en dat vertaalt in communicatie, kan er weinig misgaan.

Contact

Via dit formulier kunt u vrijblijvend contact met me opnemen.

Naam
Email
Bericht

Bedankt! Uw bericht is verzonden.
Fout! Controleer of u alle verplichte velden heeft ingevuld.
jeroen ging opwebmetwim ... jij ook?